Een operatie gecombineerd met fysiotherapie zowel tijdens als na de ingreep, geeft goede resultaten bij musculaire torticollis bij kinderen, blijkt uit onderzoek van het Radboudumc. Bij deze aandoening staan hoofd en nek scheef als gevolg van een verkorte halsspier. Door deze behandeling vermindert de asymmetrie in het gezicht, hebben kinderen minder pijn en kunnen ze zonder beperkingen bewegen.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FysioVacature, de vacaturesite voor de fysiotherapeut

Congenitale musculaire torticollis, kortweg torticollis, is een afwijkende stand en beweging van het hoofd, dat in toenemende mate naar één zijde scheef raakt. Gevolg is een asymmetrisch gezicht, schouders en wervelkolom. Kinderen met torticollis ervaren soms pijn en worden beperkt in hun bewegingsvrijheid. Mond-, kaak- en aangezichtschirurg Marloes Nienhuijs behandelt deze kinderen in het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis. ‘De aandoening is soms heel beperkend voor kinderen. Sommigen kunnen bijvoorbeeld niet meedoen met de gymles. Ook esthetisch gezien hebben ze er last van.’

Torticollis is het gevolg van een verkorting van een halsspier, die tijdens de zwangerschap ontstaat. Meestal valt al in de eerste weken na de bevalling een zwelling in de hals op, die na een aantal maanden weer verdwijnt. In de spier ontstaan bindweefselstrengen. Deze groeien niet normaal mee en leiden tot een verkorting van de spier. Bij de meeste kinderen is kinderfysiotherapie voldoende effectief, maar bij 10 tot 15 procent van de kinderen is een operatie nodig.

Operatie aan de halsspier

Bij deze operatie worden de bindweefselstrengen doorgeknipt. Het Radboudumc is het enige centrum in Nederland waar voor, tijdens en na deze operatie een kinderfysiotherapeut nauw betrokken is. Tijdens de ingreep beoordelen zij samen wat er moet gebeuren. Leo van Vlimmeren: ‘Terwijl een patiënt onder narcose is, bekijk ik of de nek voldoende bewegingsvrijheid in alle richtingen heeft. Is dat niet het geval, dan zoeken we samen naar meer verborgen verkortingen. Zo gaan we door tot we de nek geheel normaal kunnen bewegen.’ Pas dan wordt de operatie afgerond. Daarna volgt gespecialiseerde fysiotherapie. Deze intensieve samenwerking, die sinds 2014 bestaat, leidt tot goede resultaten.

Analyse van 3D-foto’s van het gezicht

Chirurg Marloes Nienhuijs en kinderfysiotherapeut Leo van Vlimmeren brachten de resultaten van deze gecombineerde behandeling in kaart. Van 43 kinderen bekeken zij 3D-foto’s van twee maanden vóór en van twee jaar na de operatie. Deze patiënten bleken twee jaar na de ingreep, ook nog op de puberleeftijd, minder asymmetrie in het gezicht te ontwikkelen. Nienhuijs: ‘Ik kan op het spreekuur wel zeggen dat het gezicht van een patiënt er minder scheef uitziet, maar met deze methode kunnen we het ook objectief vaststellen.’

Vroege diagnose van groot belang

Nienhuijs zag in dit onderzoek ook dat hoe eerder torticollis behandeld wordt, hoe minder klachten en asymmetrie een kind overhoudt aan de verkorte nekspier. ‘Een vroege diagnose helpt enorm, we zien kinderen het liefst zo snel mogelijk in het Radboudumc Amalia kinderziekenhuis. De ideale leeftijd waarop we opereren is rond de 1 jaar, maar ook op latere leeftijd zien we goede resultaten.’

Nienhuijs en Van Vlimmeren zien kinderen uit het hele land op hun wekelijkse spreekuur. Sommigen zijn nog jong, anderen komen pas als ze wat ouder zijn. Nienhuijs: ‘Soms zijn ze dan al vaker geopereerd, maar heeft er geen nabehandeling door de fysiotherapeut plaatsgevonden. Sommige kinderen droegen een heel korset: een erg vervelende behandeling voor kinderen, en meestal totaal niet effectief.’

Van Vlimmeren: ‘We willen meer bekendheid geven aan de aandoening en ook aan onze behandelwijze, nu we deze resultaten zien. Hoe een kindje met een scheef hoofd behandeld wordt, valt en staat met of de kinderfysiotherapeut herkent wat eraan de hand is en doorverwijst.’ Daarom geeft hij door het hele land onderwijs aan kinderfysiotherapeuten om hen te wijzen op de symptomen en behandeling na de operatie. De onderzoekers hopen met vervolgonderzoek de patiënten langer te kunnen volgen.