Google
Sneller bij het fysionieuws dat ertoe doet
Stel Fysionieuws.nl in als voorkeursbron en je vindt ons nieuws altijd terug in Google.
Instellen →

Mensen met kanker hebben aantoonbaar baat bij gestructureerde oefentherapie. Vooral programma’s waarin krachttraining en duurtraining worden gecombineerd, laten consistente verbeteringen zien in de lichamelijke conditie, het functioneren en de kwaliteit van leven. Dat blijkt uit een nieuwe systematische review en meta-analyse van 89 gerandomiseerde onderzoeken met in totaal 6.571 deelnemers. Het onderzoek werd op 4 november 2026 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift BMC Cancer. De resultaten ondersteunen het belang van oefentherapie als onderdeel van oncologische zorg en revalidatie.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FysioVacature, de vacaturesite voor de fysiotherapeut

Bijna 6.600 patiënten onderzocht

Kanker en de behandeling ervan kunnen grote gevolgen hebben voor het lichamelijk functioneren. Chemotherapie, bestraling, operaties en andere behandelingen kunnen leiden tot vermoeidheid, verlies van spierkracht, een verminderde conditie en beperkingen bij dagelijkse activiteiten.

Voor patiënten kan dat betekenen dat eenvoudige bezigheden, zoals traplopen, boodschappen doen of een wandeling maken, aanzienlijk meer inspanning vragen dan voorheen.

Oefentherapie wordt daarom steeds vaker ingezet tijdens en na een oncologisch behandeltraject. Toch bestaan er nog vragen over de effecten van verschillende trainingsvormen en de mate waarin verbeteringen ook daadwerkelijk klinisch relevant zijn.

Een onderzoeksteam onder leiding van Ting Yue en Jingjing Li onderzocht daarom de effecten van aerobe training, krachttraining en gecombineerde oefenprogramma’s bij volwassenen met kanker.

De onderzoekers doorzochten vier grote wetenschappelijke databases, waaronder MEDLINE, Embase en de Cochrane Central Register of Controlled Trials. Ze selecteerden uitsluitend gerandomiseerde onderzoeken waarin een gestructureerd trainingsprogramma werd vergeleken met gebruikelijke zorg.

Uiteindelijk werden 89 onderzoeken met in totaal 6.571 deelnemers opgenomen in de meta-analyse.

De onderzoekers maakten onderscheid tussen afzonderlijke trainingsvormen en de combinatie van krachttraining en duurtraining. Ook onderzochten ze de resultaten op verschillende momenten, waaronder drie, zes en twaalf maanden.

Duidelijke verbetering van de conditie

Een van de belangrijkste resultaten betreft de cardiorespiratoire fitheid, gemeten aan de hand van de maximale zuurstofopname, VO2peak.

Deze waarde geeft aan hoeveel zuurstof iemand tijdens maximale of piekbelasting kan opnemen en gebruiken. De meting wordt regelmatig toegepast om de lichamelijke conditie en het inspanningsvermogen te beoordelen.

Bij patiënten die gecombineerde krachttraining en duurtraining volgden, was de VO2peak na drie maanden gemiddeld 2,9 ml/kg/min hoger dan bij patiënten die gebruikelijke zorg ontvingen.

Na zes maanden bedroeg het gemiddelde verschil 4,5 ml/kg/min. Na twaalf maanden was dit 4,2 ml/kg/min.

Voor de eerste twee meetmomenten waren de betrouwbaarheidsintervallen respectievelijk 1,9 tot 3,9 en 2,3 tot 6,6 ml/kg/min. Na twaalf maanden was het betrouwbaarheidsinterval met 0,1 tot 8,3 ml/kg/min aanzienlijk breder.

Volgens de onderzoekers overschreden deze verbeteringen de vooraf gehanteerde grenzen voor een minimaal klinisch belangrijk verschil.

Dat is relevant omdat een statistisch significant resultaat niet automatisch betekent dat patiënten er in het dagelijks leven ook merkbaar voordeel van hebben.

De gevonden verbetering van de VO2peak wijst erop dat gecombineerde oefentherapie daadwerkelijk kan bijdragen aan het verbeteren van de lichamelijke belastbaarheid.

Patiënten lopen gemiddeld 52 meter verder

Naast de maximale zuurstofopname onderzochten de wetenschappers het functionele inspanningsvermogen.

Hiervoor werd onder andere gekeken naar de zesminutenlooptest. Deze test wordt binnen de fysiotherapie veel gebruikt om het functionele loopvermogen en de inspanningscapaciteit te beoordelen.

Na drie maanden gecombineerde krachttraining en duurtraining legden deelnemers tijdens de zesminutenlooptest gemiddeld 52 meter meer af dan patiënten die gebruikelijke zorg ontvingen.

Het 95 procent betrouwbaarheidsinterval liep van 33 tot 71 meter.

Dit is een van de meest praktisch relevante bevindingen uit het onderzoek.

Voor patiënten die door hun ziekte of behandeling minder mobiel zijn geworden, kan een verbetering van het loopvermogen bijdragen aan het gemakkelijker uitvoeren van dagelijkse activiteiten.

Wel is belangrijk dat de 52 meter een gemiddeld verschil tussen de onderzoeksgroepen betreft. Niet iedere patiënt zal dezelfde verbetering bereiken.

De resultaten zijn afhankelijk van onder meer de uitgangsconditie, het type kanker, de behandeling en de mogelijkheden om het trainingsprogramma uit te voeren.

Ook kwaliteit van leven verbetert

De onderzoekers bekeken niet alleen lichamelijke prestaties, maar ook de door patiënten ervaren kwaliteit van leven.

Dat is binnen oncologische revalidatie een belangrijke uitkomstmaat. Een patiënt kan lichamelijk vooruitgaan, terwijl vermoeidheid, pijn, onzekerheid of andere klachten nog steeds grote invloed hebben op het dagelijks functioneren.

Na drie maanden gecombineerde training vonden de onderzoekers een gemiddeld voordeel van 7,0 punten op de gebruikte kwaliteit-van-levenmetingen ten opzichte van gebruikelijke zorg.

Het betrouwbaarheidsinterval bedroeg 4,2 tot 10,2 punten.

Ook afzonderlijke trainingsvormen leverden positieve resultaten op.

Aerobe training zonder aanvullende krachttraining verbeterde de VO2peak na drie maanden met gemiddeld 3,6 ml/kg/min ten opzichte van gebruikelijke zorg.

Krachttraining zonder aanvullende duurtraining verbeterde de kwaliteit van leven na drie maanden met gemiddeld 6,3 punten.

Deze resultaten laten zien dat niet uitsluitend gecombineerde oefenprogramma’s effectief kunnen zijn.

Ook wanneer een patiënt vooral duurtraining of krachttraining kan uitvoeren, kunnen relevante verbeteringen optreden.

Gecombineerde training geeft de meest consistente resultaten

De onderzoekers vonden bij gecombineerde krachttraining en duurtraining positieve resultaten op meerdere lichamelijke uitkomstmaten.

Naast de verbeteringen in conditie en loopvermogen werden na zes maanden ook gunstige effecten gevonden op de spierkracht van de onderste extremiteiten en het lichaamsvetpercentage.

Daarmee lijkt gecombineerde training meerdere aspecten van het lichamelijk functioneren tegelijk te kunnen verbeteren.

Voor de fysiotherapeut is dat relevant. De beperkingen bij mensen met kanker ontstaan vaak niet op één specifiek gebied.

Een patiënt kan bijvoorbeeld zowel een verminderde aerobe capaciteit als spierzwakte hebben. In dat geval ligt het voor de hand om binnen het behandelprogramma beide functies te trainen.

Toch maken de onderzoekers een belangrijk voorbehoud.

De meta-analyse laat zien dat gecombineerde training ten opzichte van gebruikelijke zorg de meest consistente voordelen oplevert. Maar daarmee is nog niet bewezen dat deze aanpak effectiever is dan uitsluitend duurtraining of uitsluitend krachttraining.

De onderzochte trainingsvormen werden voornamelijk afzonderlijk met gebruikelijke zorg vergeleken. Er zijn meer directe vergelijkingen nodig om vast te stellen welke trainingsvorm onder welke omstandigheden de beste resultaten geeft.

Is intensieve oefentherapie veilig bij kanker?

Een belangrijk aandachtspunt bij oncologische fysiotherapie is de veiligheid van lichamelijke training.

Tijdens een kankerbehandeling kunnen patiënten te maken krijgen met complicaties die invloed hebben op hun belastbaarheid. Denk aan ernstige vermoeidheid, spierzwakte, neuropathie, verminderde botsterkte of cardiovasculaire problemen.

De onderzoekers verzamelden daarom ook informatie over ongewenste gebeurtenissen.

Van de 89 geïncludeerde studies rapporteerden er 86 veiligheidsgegevens.

Ernstige ongewenste gebeurtenissen kwamen weinig voor. Bovendien werd geen duidelijk verschil gevonden tussen deelnemers aan de trainingsprogramma’s en patiënten die gebruikelijke zorg ontvingen.

Deze resultaten zijn geruststellend, maar moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd.

De bevindingen betekenen niet dat iedere patiënt met kanker zonder voorafgaande beoordeling intensief kan trainen.

De veiligheid hangt onder meer af van het ziektebeeld, de behandeling, eventuele complicaties en de gekozen trainingsbelasting.

Daarom blijft het noodzakelijk om het trainingsprogramma individueel af te stemmen en waar nodig te overleggen met het oncologisch behandelteam.

Wat betekent dit voor de oncologiefysiotherapeut?

De nieuwe meta-analyse biedt aanvullende onderbouwing voor het inzetten van gestructureerde oefentherapie tijdens en na kankerbehandeling.

Vooral de combinatie van duurtraining en krachttraining is interessant wanneer patiënten beperkingen ervaren in zowel conditie als spierfunctie.

In de fysiotherapeutische praktijk kan duurtraining bijvoorbeeld bestaan uit wandelen, fietsen op een ergometer of andere vormen van aerobe inspanning.

Krachttraining kan worden uitgevoerd met fitnessapparatuur, losse gewichten, elastische weerstandsbanden of functionele oefeningen waarbij het eigen lichaamsgewicht wordt gebruikt.

De keuze voor oefeningen hangt af van de mogelijkheden en behandeldoelen van de patiënt.

Bij een patiënt met ernstige conditievermindering kan de nadruk aanvankelijk liggen op korte, goed gedoseerde aerobe inspanning.

Bij iemand die vooral spiermassa en kracht heeft verloren, kan spierversterkende training een belangrijke plaats krijgen.

Wanneer beide functies beperkt zijn, kan een combinatie zinvol zijn.

De nieuwe studie geeft geen vast trainingsschema dat voor iedere patiënt geschikt is. Wel ondersteunt het onderzoek het uitgangspunt om training doelgericht en geleidelijk op te bouwen.

Nederlandse richtlijn ondersteunt actieve oefentherapie

De bevindingen sluiten aan bij de Nederlandse richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker, die in januari 2025 werd gepubliceerd.

Deze richtlijn adviseert zorgverleners om tijdens het volledige oncologische behandeltraject aandacht te besteden aan lichamelijke fitheid en beweging.

Wanneer de gezondheidstoestand het toelaat, wordt geadviseerd om ten minste drie keer per week te trainen, met een duur van ongeveer 30 tot 60 minuten per sessie en minimaal een matige intensiteit.

De richtlijn adviseert daarbij aerobe training en/of krachttraining, bij voorkeur met spierversterkende oefeningen op minimaal twee dagen per week.

Dit zijn algemene trainingsaanbevelingen en geen specifieke doseringen die uit de nieuwe meta-analyse zijn afgeleid.

Niet iedere patiënt kan deze trainingsomvang direct bereiken. Bij een lage belastbaarheid kan een programma met kortere sessies of een lagere intensiteit een beter uitgangspunt zijn.

De richtlijn benadrukt bovendien dat bij bepaalde complicerende factoren extra beoordeling nodig is. Dit geldt onder meer bij botmetastasen, cardiotoxiciteit, perifere neuropathie, ernstige vermoeidheid en ernstige ondervoeding.

Een oncologiefysiotherapeut kan helpen om deze factoren mee te nemen bij het opstellen en aanpassen van het trainingsprogramma.

Meten van herstel krijgt meer betekenis

De nieuwe studie onderstreept ook het belang van het objectief volgen van de lichamelijke ontwikkeling tijdens oncologische revalidatie.

De onderzoekers gebruikten verschillende uitkomstmaten om veranderingen te beoordelen.

Voor de fysiotherapeut kunnen onder andere de zesminutenlooptest, spierkrachtmetingen en patiëntgerapporteerde kwaliteit-van-levenmetingen nuttige informatie opleveren.

Bij patiënten voor wie een cardiopulmonale inspanningstest geschikt is, kan ook de VO2peak worden gebruikt om veranderingen in het inspanningsvermogen vast te leggen.

Het combineren van deze metingen geeft een completer beeld dan uitsluitend vragen naar vermoeidheid of het beoordelen van een afzonderlijke spiergroep.

Een patiënt kan bijvoorbeeld vooruitgaan op de zesminutenlooptest, terwijl de ervaren kwaliteit van leven minder sterk verandert.

Omgekeerd kan iemand zich beter voelen en dagelijkse activiteiten gemakkelijker uitvoeren zonder dat alle lichamelijke testresultaten duidelijk verbeteren.

Het behandelresultaat moet daarom worden beoordeeld vanuit zowel objectieve metingen als de individuele hulpvraag.

Hoe sterk is het wetenschappelijke bewijs?

De omvang van de meta-analyse vormt een belangrijk sterk punt.

Met 89 gerandomiseerde onderzoeken en ruim 6.500 deelnemers is dit een omvangrijke analyse van oefentherapie bij mensen met en na kanker.

De onderzoekers gebruikten de GRADE-methodiek om de zekerheid van het bewijs per uitkomst te beoordelen.

Ook werd expliciet gekeken of de gevonden verschillen de grens voor klinische relevantie overschreden. Dat maakt de resultaten beter interpreteerbaar voor de praktijk.

Toch zijn er beperkingen.

De geïncludeerde onderzoeken verschilden in patiëntenpopulatie, soort kanker, trainingsprogramma, behandelduur en follow-up.

Daardoor kunnen de gemiddelde effecten niet zonder meer worden toegepast op iedere oncologische patiënt.

Ook zijn de resultaten op langere termijn minder nauwkeurig voor sommige uitkomsten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het brede betrouwbaarheidsinterval voor de VO2peak na twaalf maanden.

Daarnaast is bij oefentherapie volledige blindering van deelnemers en behandelaren doorgaans niet mogelijk. Dat kan vooral bij subjectieve uitkomsten, zoals kwaliteit van leven, invloed hebben op de resultaten.

Het belangrijkste resterende kennistekort is dat onvoldoende duidelijk is of gecombineerde training daadwerkelijk beter werkt dan afzonderlijke trainingsvormen.

De meta-analyse onderzocht bovendien lichamelijke fitheid, functioneren en kwaliteit van leven. De studie toont niet aan dat de beschreven trainingsprogramma’s de overlevingskans verhogen of het risico op terugkeer van kanker verminderen.

De onderzoekers concluderen dat gestructureerde oefentherapie bij mensen met en na kanker klinisch relevante verbeteringen kan opleveren.

Vooral gecombineerde krachttraining en duurtraining liet op verschillende meetmomenten consistente voordelen zien voor conditie, lichamelijk functioneren en kwaliteit van leven.

De resultaten ondersteunen daarmee de plaats van oefentherapie binnen de oncologische behandeling en revalidatie.

Voor fysiotherapeuten ligt de belangrijkste boodschap in het gericht trainen van de functies die door ziekte en behandeling onder druk komen te staan.

Het gaat daarbij niet alleen om het verbeteren van afzonderlijke testresultaten, maar ook om het behouden en herstellen van de mogelijkheden om dagelijkse activiteiten uit te voeren.

De nieuwe meta-analyse laat zien dat lichamelijke training bij kanker meer kan zijn dan een algemene aanbeveling om actief te blijven. Met een gestructureerd en individueel afgestemd programma kunnen fysiotherapeuten bijdragen aan meetbare verbeteringen in de conditie, spierfunctie en kwaliteit van leven.

Bronnen

Yue T, Li J, Zhao F, et al. Aerobic and resistance exercise training for cardiorespiratory fitness, quality of life, and physical function in people living with and beyond cancer: a systematic review and meta-analysis. BMC Cancer. Gepubliceerd op 4 november 2026.

https://doi.org/10.1186/s12885-026-17276-5

Federatie Medisch Specialisten. Richtlijn Fysieke fitheid van mensen met en na kanker. Module Effectief trainen en module Veilig trainen. Gepubliceerd op 7 januari 2025.

https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/fysieke_fitheid_van_mensen_met_en_na_kanker/