Google
Sneller bij het fysionieuws dat ertoe doet
Stel Fysionieuws.nl in als voorkeursbron en je vindt ons nieuws altijd terug in Google.
Instellen →

Veelgebruikte fysiotherapeutische tests bij aspecifieke nekpijn kunnen helpen om beperkingen in spierfunctie, bewegingscontrole en proprioceptie vast te stellen. Maar hoe nauwkeurig deze tests bij individuele patiënten een diagnose kunnen ondersteunen, is nauwelijks onderzocht. Dat blijkt uit een systematische review van achttien studies, gepubliceerd op 22 oktober 2026 in BMC Musculoskeletal Disorders. De onderzoekers pleiten voor een duidelijker onderscheid tussen het meten van lichamelijke beperkingen en het stellen van een klinische diagnose.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FysioVacature, de vacaturesite voor de fysiotherapeut

Achttien studies onderzocht, maar geen direct bewijs voor diagnostische nauwkeurigheid

Fysiotherapeuten gebruiken uiteenlopende lichamelijke tests bij patiënten met nekpijn. Ze onderzoeken de beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom, beoordelen spierkracht en spieruithoudingsvermogen en testen bijvoorbeeld de controle over hoofd- en nekbewegingen. Deze tests maken deel uit van het fysiotherapeutisch onderzoek. Maar wat zegt een afwijkende testuitslag precies over de klachten van een patiënt?

Om die vraag te beantwoorden, onderzochten Dariusz Ciborowski en collega’s de beschikbare wetenschappelijke literatuur over de diagnostische nauwkeurigheid en het onderscheidend vermogen van fysiotherapeutische onderzoekstests bij volwassenen met aspecifieke nekpijn. De onderzoekers doorzochten PubMed, Scopus en Web of Science. Uiteindelijk voldeden achttien studies aan de inclusiecriteria.

De belangrijkste bevinding was dat geen enkele geïncludeerde studie de directe diagnostische nauwkeurigheid onderzocht in een patiëntengroep waarin de diagnose nog onzeker was. Dat betekent dat er binnen de onderzochte literatuur onvoldoende bewijs beschikbaar is om te bepalen hoe goed deze tests onder gewone klinische omstandigheden patiënten met verschillende mogelijke verklaringen voor hun nekklachten kunnen classificeren.

Het verschil tussen een beperking vaststellen en een diagnose stellen

Volgens de onderzoekers zit het belangrijkste probleem in de manier waarop de oorspronkelijke studies zijn opgezet. De meeste studies vergeleken twee groepen. De ene groep bestond uit mensen met aspecifieke nekpijn. De andere groep bestond uit mensen zonder nekklachten. Vervolgens werd onderzocht of lichamelijke tests verschillen tussen deze groepen konden aantonen.

Zo’n onderzoeksopzet kan waardevolle informatie opleveren. Wanneer mensen met nekpijn bijvoorbeeld minder spieruithoudingsvermogen hebben dan mensen zonder klachten, wijst dat op een mogelijk relevant verschil in lichamelijk functioneren. Maar daarmee is nog niet aangetoond dat de betreffende test geschikt is om bij een individuele patiënt een diagnose te stellen.

In de fysiotherapiepraktijk komen patiënten immers niet binnen als vertegenwoordigers van twee vooraf vastgestelde groepen. Zij presenteren zich met uiteenlopende klachten, verschillende beperkingen en soms meerdere gezondheidsproblemen tegelijk. Om de diagnostische waarde van een test goed te onderzoeken, moeten onderzoekers juist patiënten includeren bij wie de klinische classificatie nog onzeker is. Vervolgens moet worden nagegaan hoe vaak de testuitslag terecht positief of negatief is, aan de hand van een passende referentie of vooraf vastgestelde classificatie. Dat gebeurde in geen van de achttien geïncludeerde studies.

Verschillende tests geven wel informatie over lichamelijk functioneren

De resultaten betekenen niet dat fysiotherapeutische tests bij nekpijn waardeloos zijn. De review laat zien dat lichamelijk onderzoek kan helpen om bepaalde patronen van beperkingen te herkennen. Vooral drie domeinen komen daarbij naar voren.

Sensorimotorische functies

Sensorimotorische tests beoordelen hoe iemand informatie over de positie en beweging van de nek verwerkt en gebruikt. Een voorbeeld is onderzoek naar de nauwkeurigheid waarmee iemand het hoofd na een beweging naar een uitgangspositie kan terugbrengen. Dit wordt ook wel joint position error genoemd.

Afwijkende resultaten kunnen wijzen op veranderingen in proprioceptie of bewegingscontrole. Een dergelijke afwijking geeft echter niet automatisch informatie over de oorzaak van de pijn. Ook kan op basis van deze review niet worden vastgesteld of een bepaalde testuitslag voldoende onderscheidend is om bij een individuele patiënt een specifieke klinische diagnose te onderbouwen.

Spierfunctie en spieruithoudingsvermogen

Bij nekpijn worden regelmatig de kracht, controle en het uithoudingsvermogen van de cervicale musculatuur onderzocht. Denk bijvoorbeeld aan de craniocervicale flexietest en onderzoek naar het uithoudingsvermogen van de nekflexoren. Met dergelijke tests kan een fysiotherapeut onderzoeken welke motorische functies mogelijk beperkt zijn. Dat kan relevant zijn bij het kiezen en evalueren van oefeningen.

Maar een verminderde prestatie bewijst niet dat een specifieke spier de oorzaak van de nekpijn is. Evenmin betekent een afwijkende testuitslag automatisch dat het trainen van die spier de beste behandeling is. De nieuwe review onderzocht niet welke behandelingen op basis van deze testresultaten het effectiefst zijn.

Bewegingscontrole

Ook tests waarmee fysiotherapeuten de kwaliteit en controle van nekbewegingen beoordelen, kunnen verschillen tussen mensen met en zonder klachten aantonen. Een patiënt kan bijvoorbeeld moeite hebben om een beweging gecontroleerd uit te voeren of bepaalde bewegingen minder nauwkeurig maken. Deze bevindingen kunnen helpen om het lichamelijk functioneren beter te beschrijven. De onderzoekers benadrukken echter dat het herkennen van dergelijke verschillen niet hetzelfde is als het aantonen van diagnostische nauwkeurigheid.

Ook een combinatie van tests biedt nog onvoldoende zekerheid

Twee van de achttien studies rapporteerden uitkomsten op basis van afkapwaarden of verwante validiteitsmaten. Een combinatie van manuele onderzoekstests liet daarbij relatief gunstige resultaten zien voor het onderscheiden van mensen met nekpijn en mensen zonder klachten. Toch waarschuwen de onderzoekers voor een te sterke interpretatie.

Ook deze resultaten waren afkomstig uit onderzoek waarin de groepen vooraf waren samengesteld of waarin een specifieke lichamelijke eigenschap werd onderzocht. Er werd niet vastgesteld hoe goed de testcombinatie werkt wanneer een fysiotherapeut bij een nieuwe patiënt nog moet bepalen hoe de klachten moeten worden geïnterpreteerd. Een gunstige testuitslag binnen een onderzoeksgroep betekent daarom niet automatisch dat dezelfde test in de dagelijkse praktijk even nauwkeurig is.

De bevindingen bieden onvoldoende basis om één afzonderlijke test of testcombinatie aan te wijzen als zelfstandig diagnostisch instrument voor aspecifieke nekpijn.

Wat betekent dit voor de fysiotherapeut?

De review heeft vooral gevolgen voor de manier waarop fysiotherapeuten lichamelijke testresultaten interpreteren en gebruiken. Een test kan klinisch zinvol zijn zonder dat deze zelfstandig een diagnose kan stellen.

Neem bijvoorbeeld een patiënt die al enkele maanden nekpijn heeft en moeite ervaart met achteromkijken tijdens het autorijden. De fysiotherapeut kan de actieve cervicale rotatie onderzoeken en vastleggen hoeveel bewegingsbeperking aanwezig is. Vervolgens kan worden beoordeeld in hoeverre de beperking samenhangt met de dagelijkse activiteiten van de patiënt. Deze informatie is bruikbaar voor het formuleren van behandeldoelen en het volgen van veranderingen gedurende de behandeling.

Maar wanneer de rotatie naar rechts beperkt is, kan de fysiotherapeut daaruit niet zonder meer concluderen welke anatomische structuur de pijn veroorzaakt. Het onderzoek geeft dus aanleiding om kritisch te kijken naar het doel van een lichamelijke test. Wordt de test gebruikt om een beperking vast te stellen, om het herstel te volgen of om een klinische diagnose te ondersteunen? Dat zijn verschillende vragen waarvoor ook verschillende vormen van wetenschappelijk bewijs nodig zijn.

Anamnese en klinisch redeneren blijven bepalend

De resultaten sluiten aan bij het uitgangspunt van de Nederlandse KNGF-richtlijn Nekpijn, waarin lichamelijk onderzoek onderdeel is van een breder diagnostisch proces. De richtlijn beschrijft dat fysiotherapeuten bij het eerste consult aandacht moeten besteden aan het uitsluiten van ernstige pathologie, de aanwezigheid van neurologische symptomen, het beloop van de klachten en mogelijke herstelbelemmerende factoren.

Ook beperkingen in activiteiten en participatie en de invloed van de klachten op het dagelijks leven maken deel uit van de beoordeling. Daarbij kunnen meetinstrumenten worden gebruikt zoals de Numeric Pain Rating Scale, NPRS, en de Patiënt Specifieke Klachten, PSK.

De nieuwe review ondersteunt het belang van deze brede benadering. Het lichamelijk onderzoek levert aanvullende informatie, maar moet worden geïnterpreteerd in samenhang met de anamnese, de hulpvraag en andere klinische bevindingen. De studie beoordeelde overigens niet de diagnostiek van specifieke cervicale aandoeningen, zoals cervicale radiculopathie, en ook niet de screening op ernstige onderliggende pathologie. De conclusies mogen daarom niet rechtstreeks worden toegepast op tests die voor die andere diagnostische vragen worden gebruikt.

Wat kunnen fysiotherapeuten in de praktijk anders doen?

De onderzoekers adviseren om lichamelijke tests vooral te gebruiken als aanvullende instrumenten binnen een bredere klinische beoordeling. Voor de dagelijkse fysiotherapiepraktijk levert dat verschillende aandachtspunten op.

Ten eerste is het belangrijk om vooraf duidelijk te bepalen waarom een test wordt uitgevoerd. Een test heeft meer waarde wanneer de uitslag daadwerkelijk invloed heeft op het klinisch redeneren, het behandelplan of de evaluatie van het herstel.

Daarnaast verdient de interpretatie van afwijkende testresultaten aandacht. Een verminderde spierfunctie, beperkte beweeglijkheid of afwijkende bewegingscontrole hoeft geen verklaring te zijn voor de aanwezige pijn. Ook is het verstandig om objectieve bevindingen te combineren met patiëntgerapporteerde uitkomsten. De vraag of iemand weer kan werken, sporten of dagelijkse activiteiten kan uitvoeren, blijft relevant naast veranderingen in fysieke testresultaten.

Tot slot is voorzichtigheid nodig bij het toekennen van diagnostische betekenis aan vaste afkapwaarden. Wanneer dergelijke waarden uitsluitend zijn onderzocht bij vooraf geselecteerde groepen met en zonder klachten, staat hun toepasbaarheid bij individuele patiënten nog niet vast.

Onderzoekers vragen om betere diagnostische studies

Volgens Ciborowski en collega’s is aanvullend onderzoek nodig waarin diagnostische tests worden beoordeeld onder omstandigheden die beter aansluiten bij de dagelijkse fysiotherapiepraktijk. Dat betekent onder meer dat onderzoekers patiënten moeten includeren bij wie de klinische classificatie nog onzeker is. Ook zijn duidelijke definities, vooraf vastgestelde afkapwaarden en geschikte vergelijkingsmethoden nodig.

Pas dan kan nauwkeuriger worden vastgesteld welke tests werkelijk bijdragen aan het onderscheiden van klinisch relevante patiëntengroepen. De onderzoekers wijzen daarmee op een belangrijk kennistekort. Er zijn wel studies die lichamelijke verschillen tussen mensen met en zonder nekpijn beschrijven, maar er is veel minder duidelijkheid over de betekenis van deze testresultaten bij individuele patiënten.

Geen reden om lichamelijke tests achterwege te laten

De uitkomsten vormen geen pleidooi om fysiotherapeutische tests bij aspecifieke nekpijn niet meer uit te voeren. Lichamelijk onderzoek blijft belangrijk om beperkingen te beschrijven, behandelbare functies te beoordelen en veranderingen tijdens het herstel te volgen. De nieuwe review maakt vooral duidelijk dat de diagnostische betekenis van een test niet moet worden overschat.

Een afwijkende uitslag kan iets zeggen over het functioneren van een patiënt, zonder daarmee de oorzaak van de klachten vast te stellen. Voor fysiotherapeuten ligt de waarde van lichamelijk onderzoek daarom niet uitsluitend in het verkrijgen van een positieve of negatieve testuitslag, maar in de bijdrage die de bevindingen leveren aan een onderbouwde klinische beoordeling en een passend behandelplan.

Bronnen

Ciborowski D, Halski T, Borecka B, Taradaj J, Trybulski R. Diagnostic accuracy and discriminative validity of clinician-administered physiotherapy examination tests in adults with nonspecific neck pain: a systematic review. BMC Musculoskeletal Disorders. Gepubliceerd op 22 oktober 2026.