Google
Sneller bij het fysionieuws dat ertoe doet
Stel Fysionieuws.nl in als voorkeursbron en je vindt ons nieuws altijd terug in Google.
Instellen →

Proprioceptieve training verlaagt het relatieve risico op enkelblessures bij sporters met ongeveer 34 procent. Dat blijkt uit een nieuwe systematische review en meta-analyse van vijftien gerandomiseerde onderzoeken, gepubliceerd op 28 oktober 2026 in BMC Musculoskeletal Disorders. De resultaten bevestigen het belang van balans- en coördinatietraining bij blessurepreventie. Volgens de onderzoekers is het bewijs van matige zekerheid, maar moet nog worden vastgesteld welke trainingsprogramma’s het effectiefst zijn.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FysioVacature, de vacaturesite voor de fysiotherapeut

Vijftien gerandomiseerde onderzoeken geanalyseerd

Enkelblessures behoren tot de meest voorkomende blessures bij sporters. Vooral bij sporten met veel sprongen, landingen, plotselinge richtingsveranderingen en lichamelijk contact lopen sporters risico op een enkelverzwikking. Een eerdere enkelblessure vergroot bovendien het risico op nieuwe blessures en langdurige instabiliteitsklachten.

Onderzoekers Juan Shen, Shiwei Chen en Xue Han onderzochten daarom hoe effectief proprioceptieve training is bij het voorkomen van enkelblessures. Daarbij wilden ze ook vaststellen of het preventieve effect verschilt tussen sporten en tussen verschillende trainingsprogramma’s.

De onderzoekers doorzochten vijf wetenschappelijke databases naar relevante studies die tot 5 juni 2026 waren gepubliceerd. Uiteindelijk werden vijftien gerandomiseerde of clustergerandomiseerde onderzoeken opgenomen.

De studies onderzochten proprioceptieve training als zelfstandige interventie of als herkenbaar onderdeel van een uitgebreider blessurepreventieprogramma.

Door de resultaten samen te voegen konden de onderzoekers het gemiddelde preventieve effect van deze trainingsvorm berekenen.

Ongeveer een derde minder enkelblessures

De meta-analyse liet een statistisch significant verschil zien tussen sporters die proprioceptieve training uitvoerden en sporters in de controlegroepen.

Het gepoolde relatieve risico bedroeg 0,659, met een 95 procent betrouwbaarheidsinterval van 0,558 tot 0,778.

Dat betekent een relatieve vermindering van het aantal enkelblessures met ongeveer 34 procent.

Het resultaat was statistisch significant, met een p-waarde kleiner dan 0,001.

De onderzoekers vonden daarnaast relatief weinig statistische heterogeniteit tussen de studies. De I² bedroeg 22,7 procent. Dit betekent dat de gevonden effecten tussen de onderzoeken niet sterk uiteenliepen, ondanks verschillen in deelnemers en trainingsprogramma’s.

De vermindering van 34 procent betreft een relatief effect en geen absolute daling van 34 procentpunten. Hoeveel blessures daadwerkelijk worden voorkomen, hangt onder meer af van het oorspronkelijke blessurerisico van de sporters.

Wat is proprioceptieve training?

Proprioceptie is het vermogen om de positie en beweging van lichaamsdelen waar te nemen zonder daar voortdurend naar te kijken. Sensorische informatie uit onder andere spieren, pezen en gewrichten helpt het zenuwstelsel om bewegingen en de lichaamshouding te controleren.

Bij de enkel speelt dit systeem een belangrijke rol tijdens staan, lopen, springen, landen en snelle richtingsveranderingen.

Wanneer de voet bijvoorbeeld onverwacht naar binnen kantelt, moeten spieren en gewrichten snel reageren om de beweging op te vangen.

Proprioceptieve training is gericht op het verbeteren van de sensorimotorische controle en het vermogen om de enkel tijdens verschillende bewegingen te stabiliseren.

Binnen de sportfysiotherapie kunnen dergelijke programma’s bestaan uit oefeningen zoals eenbenige balans, gecontroleerde gewichtsverplaatsingen, dynamische balansoefeningen en het oefenen van sprong- en landingsbewegingen.

Ook oefeningen waarbij de sporter moet reageren op onverwachte veranderingen in houding of bewegingsrichting kunnen onderdeel zijn van neuromusculaire training.

De precieze inhoud en opbouw moeten worden afgestemd op de belastbaarheid, de sport en de individuele risicofactoren.

De nieuwe meta-analyse toont een gemiddeld preventief effect aan, maar bewijst niet welke afzonderlijke oefening of trainingscombinatie het beste resultaat oplevert.

Geen overtuigend verschil tussen sporten

Een van de onderzoeksvragen was of proprioceptieve training bij bepaalde sporten beter werkt dan bij andere.

De onderzoekers voerden daarom een subgroepanalyse uit naar sporttype.

Er werd geen statistisch significant verschil gevonden in het preventieve effect tussen de onderzochte sportcategorieën. De p-waarde voor deze vergelijking bedroeg 0,299.

Ook werd gekeken of zelfstandige proprioceptieve training anders presteerde dan programma’s waarin deze training werd gecombineerd met andere blessurepreventieve oefeningen.

Ook bij deze vergelijking werd geen statistisch overtuigend verschil gevonden. De p-waarde bedroeg 0,081.

Deze resultaten suggereren dat proprioceptieve training binnen verschillende trainingsprogramma’s bruikbaar kan zijn.

De onderzoekers benadrukken echter dat het ontbreken van een significant verschil niet betekent dat alle programma’s of sporten bewezen hetzelfde effect hebben.

Daarvoor zijn meer directe vergelijkingen nodig.

Betekenis voor de sportfysiotherapeut

De resultaten ondersteunen het opnemen van proprioceptieve oefeningen in blessurepreventieprogramma’s voor sporters.

Vooral bij sporters die eerder een enkelverzwikking hebben doorgemaakt, verdient aandacht voor balans, neuromusculaire controle en functionele stabiliteit een vaste plaats in de begeleiding.

Een fysiotherapeut kan bijvoorbeeld beoordelen hoe een sporter een eenbenige stand uitvoert, reageert op balansverstoringen en de enkel controleert tijdens springen en landen.

Ook kunnen de bewegingscontrole, spierkracht en belastbaarheid worden beoordeeld tijdens sportspecifieke activiteiten.

Op basis van deze bevindingen kan een individueel programma worden samengesteld waarin de moeilijkheidsgraad geleidelijk wordt verhoogd.

Daarbij is het belangrijk dat oefeningen aansluiten bij de bewegingen en belastingen die tijdens de betreffende sport voorkomen.

Voor een voetballer kan dat bijvoorbeeld betekenen dat balans- en landingoefeningen uiteindelijk worden gecombineerd met versnellen, afremmen en richtingsveranderingen.

Voor een volleyballer kunnen gecontroleerde sprong- en landingsbewegingen meer aandacht krijgen.

Dit zijn praktische toepassingen van de onderzoeksbevindingen. De meta-analyse heeft niet vastgesteld dat deze specifieke oefenvarianten afzonderlijk het meest effectief zijn.

Eerder onderzoek liet vergelijkbare resultaten zien

De bevindingen sluiten aan bij eerder wetenschappelijk onderzoek.

Een systematische review uit 2014, waarin zeven gerandomiseerde studies met 3.726 deelnemers werden geanalyseerd, vond eveneens een lager risico op enkelverzwikkingen door proprioceptieve training.

Het relatieve risico bedroeg destijds 0,65, vrijwel gelijk aan de 0,659 uit de nieuwe meta-analyse.

De nieuwe publicatie omvat meer gerandomiseerde onderzoeken en bevestigt daarmee het eerder gevonden preventieve effect.

Ook bestaande klinische richtlijnen ondersteunen de toepassing van balans- en proprioceptieve oefeningen.

De richtlijn voor laterale enkelverzwikkingen van de Academy of Orthopaedic Physical Therapy adviseert dergelijke oefeningen om het risico op herhaalde enkelblessures te verminderen.

Bij sporters die eerder een enkelverzwikking hebben doorgemaakt, kan bovendien preventief gebruik van een brace worden overwogen.

Proprioceptieve training is daarmee geen nieuwe behandelmethode, maar de recente meta-analyse geeft aanvullende wetenschappelijke onderbouwing voor de preventieve toepassing ervan.

Optimale trainingsdosering blijft onzeker

Hoewel de resultaten gunstig zijn, blijven belangrijke praktische vragen onbeantwoord.

De geïncludeerde onderzoeken verschilden in trainingsinhoud, uitvoering en deelnemerspopulatie.

Daardoor is nog onvoldoende duidelijk hoe vaak sporters proprioceptieve oefeningen moeten uitvoeren, hoe lang een trainingssessie moet duren en welke oefenprogressie het meeste effect oplevert.

Ook is niet vastgesteld of alle sporters in dezelfde mate profiteren.

Het preventieve effect kan mogelijk verschillen tussen recreatieve sporters en topsporters, tussen leeftijdsgroepen en tussen mensen met en zonder eerdere enkelblessures.

De auteurs beoordelen de algehele zekerheid van het bewijs volgens GRADE als matig.

Dat betekent dat er redelijk vertrouwen bestaat in het gevonden effect, maar dat nieuw onderzoek de schatting nog kan veranderen.

De onderzoekers pleiten daarom voor aanvullende studies die niet alleen het algemene effect onderzoeken, maar ook de optimale trainingskenmerken en de toepasbaarheid binnen verschillende sportpopulaties.

Blessurepreventie verdient structurele aandacht

De resultaten hebben vooral betekenis voor de manier waarop fysiotherapeuten en sportverenigingen blessurepreventie organiseren.

Proprioceptieve oefeningen worden regelmatig ingezet tijdens de revalidatie na een enkelverzwikking. De nieuwe analyse ondersteunt ook het gebruik ervan om nieuwe enkelblessures te helpen voorkomen.

Dat vraagt om aandacht voor preventie buiten de behandelkamer.

Fysiotherapeuten kunnen sporters en trainers ondersteunen bij het opnemen van geschikte balans- en coördinatieoefeningen in reguliere trainingen en warming-ups.

Daarbij blijft het belangrijk om het programma af te stemmen op de sporter en de specifieke belasting.

De belangrijkste conclusie van de nieuwe meta-analyse is dat proprioceptieve training een aantoonbare bijdrage kan leveren aan het verminderen van enkelblessures bij sporters.

Met een gemiddeld relatief lager blessurerisico van ongeveer 34 procent vormt deze trainingsvorm een wetenschappelijk onderbouwd onderdeel van blessurepreventie. Welke trainingsdosering en samenstelling het beste resultaat opleveren, moet verder worden onderzocht.

Bronnen

Shen J, Chen S, Han X. The effectiveness of proprioceptive training for the prevention of ankle sprains in athletes: a systematic review and meta-analysis. BMC Musculoskeletal Disorders. Gepubliceerd op 28 oktober 2026.

https://doi.org/10.1186/s12891-026-10677-4

Schiftan GS, Ross LA, Hahne AJ. The effectiveness of proprioceptive training in preventing ankle sprains in sporting populations: a systematic review and meta-analysis. Journal of Science and Medicine in Sport. 2015;18(3):238-244.

https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24831756/

Martin RL et al. Ankle Stability and Movement Coordination Impairments: Lateral Ankle Ligament Sprains Revision. Journal of Orthopaedic & Sports Physical Therapy. 2021;51(4).

https://doi.org/10.2519/JOSPT.2021.0302