Mensen met COPD die nog roken, kunnen tijdens longrevalidatie ongeveer evenveel vooruitgang boeken in loopcapaciteit, benauwdheid en angstklachten als mensen die gestopt zijn of nooit hebben gerookt. Ze volgen gemiddeld wel minder behandelsessies en houden vaker depressieve klachten. Dat blijkt uit een grote Amerikaanse studie onder ruim 41.000 patiënten.
De onderzoekers stellen dat actief roken geen reden mag zijn om iemand uit te sluiten van longrevalidatie. Voor fysiotherapeuten ligt er wel een extra taak bij het signaleren van psychische klachten, het voorkomen van uitval en het regelen van passende ondersteuning bij stoppen met roken.
Gegevens uit 319 revalidatieprogramma’s
De onderzoekers analyseerden gegevens uit het register van de American Association of Cardiovascular and Pulmonary Rehabilitation. Het ging om 41.087 mensen met COPD die tussen 2013 en 2021 deelnamen aan een van 319 Amerikaanse programma’s voor longrevalidatie.
De deelnemers werden ingedeeld in twee groepen. De eerste groep bestond uit mensen die bij aanvang nog rookten. De tweede groep bestond uit voormalige rokers en mensen die nooit hadden gerookt.
De onderzoekers keken naar het aantal gevolgde sessies, de zesminutenwandelafstand, benauwdheid en symptomen van angst en depressie. Ongeveer 14 procent van de deelnemers rookte nog bij de start van het programma.
Rokende deelnemers waren gemiddeld jonger
De groepen verschilden bij aanvang duidelijk van elkaar. De rokende deelnemers waren gemiddeld 64,1 jaar oud. De overige deelnemers waren gemiddeld 70,8 jaar.
Ook sociaal-economische verschillen vielen op. Van de rokende deelnemers was 17 procent verzekerd via Medicaid, tegenover 7 procent van de voormalige rokers en mensen die nooit hadden gerookt. Medicaid is een Amerikaans verzekeringsprogramma voor mensen met een laag inkomen.
Rokende deelnemers hadden daarnaast een lagere gemiddelde body mass index. Hun BMI bedroeg 28,3, tegenover 30,0 in de andere groep.
Opvallend genoeg liepen de rokende deelnemers bij de start verder tijdens de zesminutenwandeltest. Zij kwamen gemiddeld tot 906,9 voet, ongeveer 276 meter. De andere deelnemers liepen gemiddeld 841,3 voet, ongeveer 256 meter. Hun jongere leeftijd kan daarbij een rol hebben gespeeld.
Meer angst en depressieve klachten
De fysieke uitgangspositie was bij de rokende deelnemers dus niet slechter. Op psychisch gebied hadden zij wel een ongunstiger profiel.
Hun gemiddelde score voor depressieve klachten bedroeg 8,5, tegenover 6,3 bij de overige deelnemers. Voor angstklachten waren de scores respectievelijk 6,9 en 5,5. Het verschil was al aanwezig voordat de longrevalidatie begon.
Deze uitkomst is relevant voor fysiotherapeuten. Psychische klachten kunnen invloed hebben op motivatie, zelfmanagement, fysieke activiteit en het volhouden van een behandelprogramma. Angst voor benauwdheid kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een patiënt inspanning vermijdt. Depressieve klachten kunnen het lastiger maken om afspraken na te komen of thuis te oefenen.
Bijna vier sessies minder gevolgd
Deelnemers die nog rookten, volgden gemiddeld 14,9 sessies. De voormalige rokers en mensen die nooit hadden gerookt kwamen gemiddeld tot 18,7 sessies. Dat is een verschil van 3,8 sessies, ruim 20 procent.
Het onderzoek verklaart niet precies waarom rokende deelnemers minder vaak aanwezig waren. Mogelijke factoren zijn de hogere psychische belasting, financiële problemen, vervoer, werk, minder sociale steun en een lagere verwachting van het behandelresultaat. Op basis van dit registeronderzoek kan niet worden vastgesteld welke factoren de uitval daadwerkelijk veroorzaakten.
Voor de praktijk is het verschil in deelname belangrijk. Minder sessies kunnen leiden tot minder trainingsvolume, minder contactmomenten en minder gelegenheid voor educatie en gedragsverandering. Het vroeg bespreken van mogelijke belemmeringen kan daarom helpen om uitval te voorkomen.
Vergelijkbare verbetering van loopcapaciteit en benauwdheid
Ondanks het lagere aantal sessies verbeterden de rokende deelnemers ongeveer evenveel in zesminutenwandelafstand als de andere deelnemers. Ook de veranderingen in angstklachten en benauwdheid waren vergelijkbaar.
Dat betekent niet dat roken geen invloed heeft op COPD of op de gezondheid. Doorgaan met roken versnelt de achteruitgang van de longfunctie en vergroot het risico op longaanvallen, hart- en vaatziekten, kanker en vroegtijdig overlijden. Stoppen met roken blijft een belangrijk onderdeel van de behandeling.
De studie laat wel zien dat iemand niet eerst volledig gestopt hoeft te zijn om voordeel te kunnen hebben van longrevalidatie. Ook tijdens een periode waarin stoppen nog niet lukt, kunnen training, educatie en begeleiding zorgen voor een betere functionele capaciteit en minder klachten.
Depressieve klachten verbeteren minder
Bij depressieve klachten ontstond wel een verschil. Rokende deelnemers hadden na afloop minder verbetering dan voormalige rokers en mensen die nooit hadden gerookt. De gecorrigeerde groepsafwijking bedroeg 0,52 punt, met een betrouwbaarheidsinterval van 0,35 tot 0,69 punt.
Dit verschil is statistisch duidelijk, maar op basis van de samenvatting kan niet worden vastgesteld of een verschil van 0,52 punt ook klinisch merkbaar is voor de patiënt. De depressieve klachten waren bij de rokende groep bij aanvang bovendien al hoger.
De uitkomst ondersteunt wel het belang van structurele screening. De KNGF-richtlijn COPD adviseert alert te zijn op symptomen van angst en depressie en op een verhoogde kans op uitval. Wanneer psychische klachten de behandeling belemmeren, kan overleg met de verwijzer of een verwijzing naar een psycholoog nodig zijn.
Roken mag geen uitsluitingscriterium zijn
De belangrijkste conclusie van de onderzoekers is duidelijk. Mensen met COPD die nog roken, mogen niet op grond van hun rookstatus worden geweigerd voor longrevalidatie.
Een verplichting om eerst te stoppen kan juist de patiënten treffen die veel ondersteuning nodig hebben. De revalidatieperiode biedt meerdere contactmomenten waarin zorgverleners rookgedrag kunnen bespreken en een verwijzing naar professionele begeleiding kunnen regelen.
De fysiotherapeut hoeft de volledige stoppen-met-rokenbehandeling niet zelf uit te voeren. Volgens de KNGF-richtlijn kan de therapeut tijdens het regelmatige contact wel een coachende rol vervullen. De hoofdbehandeling voor tabaksverslaving kan worden afgestemd met de huisarts, praktijkondersteuner, longverpleegkundige, psycholoog of stoppen-met-rokenbegeleider.
Wat kan de fysiotherapeut hiermee?
De resultaten geven aanleiding om het rookbeleid rond longrevalidatie te beoordelen. Een praktische aanpak kan bestaan uit het vastleggen van de rookstatus zonder veroordelende toon, het bespreken van eerdere stoppogingen en het vragen naar de bereidheid om ondersteuning te ontvangen.
Daarnaast is het verstandig om bij de intake mogelijke belemmeringen voor deelname te inventariseren. Denk aan vervoer, werktijden, financiële problemen, gebrek aan steun, angst voor inspanning en depressieve klachten. Wanneer deze problemen vroeg zichtbaar zijn, kan het behandelteam sneller passende hulp organiseren.
Ook het volgen van aanwezigheid verdient aandacht. Meerdere gemiste afspraken kunnen een eerste signaal zijn van dreigende uitval. Een kort contactmoment kan dan duidelijk maken of het programma, de trainingsbelasting of de planning moet worden aangepast.
Bij verhoogde psychische klachten kan de fysiotherapeut gebruikmaken van een geschikt meetinstrument en de resultaten bespreken met de patiënt en de verwijzer. De KNGF-richtlijn noemt hiervoor onder meer de Hospital Anxiety and Depression Scale.
Resultaten spreken eerder onderzoek deels tegen
De nieuwe bevindingen wijken af van een kleine Chinese studie uit 2025. In dat onderzoek onder 40 mensen met COPD boekten niet-rokers meer vooruitgang in longfunctie, zesminutenwandelafstand, maximale zuurstofopname, benauwdheid en kwaliteit van leven dan deelnemers met een zware rookgeschiedenis.
De studies zijn moeilijk rechtstreeks te vergelijken. Het Chinese onderzoek verdeelde patiënten op basis van rookverleden en bevatte slechts twintig mensen per groep. De nieuwe Amerikaanse studie keek specifiek naar actueel roken en combineerde voormalige rokers met mensen die nooit hadden gerookt. Ook de inhoud van de revalidatieprogramma’s en de onderzochte patiëntengroepen verschilden.
De uitkomsten laten daarom niet zien dat roken geen nadelige invloed heeft. Ze laten vooral zien dat mensen die nog roken binnen reguliere longrevalidatie wel degelijk functionele vooruitgang kunnen boeken.
Beperkingen van het onderzoek
Het gaat om observationeel registeronderzoek. De onderzoekers konden verbanden vaststellen, maar niet bewijzen dat de rookstatus de verschillen in deelname of depressieve klachten veroorzaakte.
Daarnaast verschilden de groepen bij aanvang sterk in leeftijd, verzekering, BMI en psychische klachten. Hoewel onderzoekers voor verschillende kenmerken kunnen corrigeren, kan restvertekening blijven bestaan.
Voormalige rokers en mensen die nooit hadden gerookt werden samengevoegd. Hierdoor is niet zichtbaar of deze twee groepen verschillende resultaten behaalden. Ook geeft de samenvatting geen informatie over het aantal gerookte sigaretten, het aantal pakjaren, biochemische controle van de rookstatus of deelnemers die tijdens de revalidatie stopten.
De gegevens zijn afkomstig uit de Verenigde Staten. De organisatie en financiering van longrevalidatie verschillen van de Nederlandse situatie. De precieze aantallen sessies kunnen daarom niet zonder meer worden vertaald naar Nederlandse behandelprogramma’s.
Toegang combineren met gerichte ondersteuning
De studie geeft een bruikbare boodschap voor fysiotherapeuten en behandelcentra. Actief roken vermindert niet automatisch de functionele opbrengst van longrevalidatie. Een patiënt uitsluiten totdat stoppen is gelukt, is volgens de onderzoekers dan ook niet gerechtvaardigd.
Tegelijk laat het onderzoek zien dat rokende patiënten minder sessies volgen en meer psychische klachten hebben. Goede zorg vraagt daarom om laagdrempelige toegang, actieve ondersteuning bij therapietrouw, aandacht voor depressieve klachten en een directe verbinding met professionele stoppen-met-rokenzorg.







