Het implanteren van een knieprothese waarbij een speciale coating op de metalen prothesedelen is aangebracht leidt niet tot betere uitkomsten dan het implanteren van een standaard knieprothese. Dit blijkt uit onderzoek van Ruud van Hove, die op 19 februari promoveerde bij VUmc.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FysioVacature, de vacaturesite voor de fysiotherapeut

Sommige patiënten met artrose in de knie hebben veel klachten, ondanks een goede behandeling. Bij deze patiënten kan een totale knieprothese worden geplaatst. Zo’n prothese bestaat uit twee metalen delen voor boven- en onderbeen met een laag speciaal plastic ertussen. Om de resultaten van het plaatsen van een knieprothese te verbeteren worden soms aanpassingen gedaan aan bijvoorbeeld de coating die op de metalen delen zit of de vorm van de prothesedelen.

Van Hove en zijn collega’s hebben onderzocht of deze veranderingen daadwerkelijk tot verbetering van de klinische resultaten voor de patiënt leiden. Zij implanteerden bij 50 patiënten een standaard knieprothese en bij 50 patiënten een prothese met een speciale oppervlaktecoating. Van Hove ontdekte dat alle patiënten een even goede beweeglijkheid van de knie hadden en een even groot risico hadden op complicaties, zwelling en pijn. De speciale coating heeft dus geen invloed op de uitkomst van het plaatsen van de prothese.

Uit een tweede onderzoek bleek dat een vernieuwd design van de knieprothese geen positieve invloed had op de klinische uitkomsten. Vlak na de introductie van de vernieuwde prothese waren er zelfs meer patiënten met een minder goede score. “Hieruit zou je kunnen opmaken dat de introductie van een vernieuwd design risico’s met zich mee kan brengen. Verandering leidt niet noodzakelijk tot verbetering”, aldus van Hove.