Google
Sneller bij het fysionieuws dat ertoe doet
Stel Fysionieuws.nl in als voorkeursbron en je vindt ons nieuws altijd terug in Google.
Instellen →

Fysiotherapiepraktijken krijgen via de rechter voorlopig geen hogere tarieven afgedwongen bij de grote zorgverzekeraars. De voorzieningenrechter in Den Haag heeft de vorderingen afgewezen, vooral omdat niet genoeg is aangetoond dat sprake is van een acute noodsituatie.

- tekst gaat verder na deze advertentie -


FysioVacature, de vacaturesite voor de fysiotherapeut

De zaak was aangespannen door ruim 1.600 fysiotherapiepraktijken in de eerste lijn. Zij wilden dat de rechter zou ingrijpen in de tarieven voor 2026 en 2027. Volgens de praktijken zijn de vergoedingen al jaren te laag en leidt het inkoopbeleid van de grote zorgverzekeraars tot uitholling van de fysiotherapiebranche. De zorgverzekeraars stelden daar tegenover dat de tarieven jaarlijks zijn aangepast en voldoende zijn geïndexeerd.

Geen acute noodsituatie volgens de rechter

De rechter ging niet inhoudelijk mee in de eis om de tarieven nu te verhogen. De kern van het vonnis is dat de praktijken het spoedeisend belang onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt. Voor een kort geding is dat belangrijk. De rechter moet kunnen vaststellen dat niet kan worden gewacht op een gewone bodemprocedure.

Volgens de voorzieningenrechter is niet genoeg onderbouwd dat fysiotherapeuten door de huidige tarieven op korte termijn massaal in hun voortbestaan worden bedreigd. Ook woog mee dat de praktijken zelf stellen dat de tarieven al ongeveer twintig jaar onder druk staan. Daardoor vond de rechter het minder duidelijk waarom juist nu onmiddellijke rechterlijke ingreep nodig is.

NZa-rapport speelt mee in oordeel

De rechter keek ook naar het recente marktonderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit. De NZa concludeerde eerder dit jaar dat de toegang tot fysiotherapie op dit moment over het algemeen goed is en dat patiënten voor de meeste hulpvragen snel terechtkunnen bij een fysiotherapeut in de wijk. Tegelijk ziet de NZa wel risico’s voor de toekomst.

Dat beeld hielp de fysiotherapiepraktijken niet in dit kort geding. De NZa ziet nu geen aantoonbaar marktfalen dat minimumtarieven rechtvaardigt. Volgens de toezichthouder zijn minimumtarieven een zware marktinterventie en wordt niet voldaan aan de voorwaarden om die in te voeren.

Waarom fysiotherapeuten naar de rechter stapten

De praktijken stellen dat de tarieven een direct effect hebben op de bedrijfsvoering. Het gaat niet alleen om inkomen, maar ook om ruimte voor personeel, scholing, innovatie, praktijkkosten en investeringen. Het KNGF stelde eerder dat de tarieven al jaren sterk onder druk staan en dat oproepen aan verzekeraars om deze fors te verhogen geen effect hebben gehad.

Volgens het KNGF ontbreekt echte marktdynamiek tussen fysiotherapeuten en verzekeraars. Contracten worden volgens de beroepsvereniging vaak eenzijdig aangeboden, waarbij praktijken weinig ruimte ervaren om over tarieven te onderhandelen. Ook wijst het KNGF erop dat het als beroepsvereniging door de Mededingingswet niet namens fysiotherapeuten collectief over tarieven mag onderhandelen.

Wat betekent dit voor de fysiotherapiepraktijk

Voor fysiotherapeuten verandert er op korte termijn weinig. De uitspraak betekent dat zorgverzekeraars voorlopig niet via dit kort geding worden gedwongen om hogere tarieven te betalen. De contractering voor 2026 en 2027 blijft daarmee in de huidige juridische situatie staan.

De rechter zegt daarmee niet dat de zorgen over tarieven, personeel en uitstroom onterecht zijn. Het oordeel gaat vooral over de vraag of de zaak geschikt is voor snelle behandeling in kort geding. De rechter vond van niet, omdat de acute noodzaak onvoldoende is aangetoond.

Bodemprocedure blijft mogelijk

De uitspraak sluit een vervolg niet uit. Het KNGF wees vóór de uitspraak al op de mogelijkheid dat een gewone bodemprocedure nodig kan zijn als de rechter het kort geding niet geschikt vindt voor een inhoudelijk oordeel over de tarieven. Zo’n procedure duurt langer, maar biedt meer ruimte voor uitgebreid bewijs over kostprijzen, marktmacht, toegankelijkheid, arbeidsmarkt en praktijkcontinuïteit.

Druk op de eerste lijn blijft

De uitspraak valt in een bredere discussie over de positie van fysiotherapie in de eerste lijn. De NZa ziet fysiotherapie als belangrijk voor het voorkomen van zwaardere zorg, het ontlasten van huisartsen en het versterken van zelfredzaamheid. De toezichthouder vindt dat fysiotherapeuten en zorgverzekeraars minder vrijblijvend moeten samenwerken en dat de sector beter gemonitord moet worden.

Ook het Zorginstituut keek eerder naar ruimere vergoeding van fysio- en oefentherapie uit het basispakket. Het adviseerde de minister van VWS om daar op dit moment nog niets aan te veranderen, omdat eerst randvoorwaarden moeten worden ingevuld. Daarbij gaat het onder meer om een kwaliteitskader, meer inzicht in effectiviteit en passende financiering.

Belangrijkste punt voor fysiotherapeuten

De rechter geeft geen inhoudelijk oordeel dat de tarieven hoog genoeg zijn. De rechter zegt vooral dat een kort geding niet de juiste route is zonder duidelijk bewezen acute noodsituatie. Voor de fysiotherapie verschuift de strijd daarmee van snelle rechterlijke ingreep naar langere procedures, betere onderbouwing en politieke druk op de positie van eerstelijnsfysiotherapie.