NZa eindrapport marktonderzoek fysiotherapie: nu nog goed toegankelijk, maar middellange termijn wordt spannend
De Nederlandse Zorgautoriteit, NZa, publiceerde op 4 februari 2026 het eindrapport van het marktonderzoek naar fysiotherapeutische zorg. De opdracht kwam van VWS. De kern: er is nu geen stelselbreed probleem met toegankelijkheid, maar er zijn signalen die op termijn risico’s geven voor beschikbaarheid, betaalbaarheid en de rol van fysiotherapie in Passende Zorg.
Kernpunten in 12 bullets
- Geen acute toegankelijkheidscrisis in de hele sector, wachttijden en bereikbaarheid zijn meestal goed.
- De toekomstbestendigheid vraagt meer gezamenlijke actie van aanbieders en verzekeraars, vrijwillige samenwerking komt lastig van de grond.
- De NZa wil structurele monitoring van vraag, aanbod, tarieven, arbeidsmarkt en toegankelijkheid.
- De formele ingrijpmogelijkheden van de NZa zijn beperkt, vooral omdat veel fysio onder aanvullende verzekering valt.
- Het feitelijke verzekerde zorggebruik daalde licht tussen 2019 en 2024, gemiddeld 0,2 procent per jaar.
- Instroom in de opleiding daalt sinds 2021, maar het aantal afgestudeerden nam in de jaren erna juist toe, ongeveer 35 procent over de bekeken periode.
- In het pensioenfonds SPF is sinds 2022 voor het eerst netto uitstroom te zien, dus iets meer uitstroom dan instroom.
- Reguliere fysio: 86 procent van praktijken helpt binnen 5 werkdagen, Treeknorm, bij schouderklachten; 42 procent binnen 1 werkdag.
- Kinderfysio: 92 procent binnen 5 werkdagen.
- Bekkenfysio: 32 procent binnen 5 werkdagen; 29 procent heeft 4 weken of langer; 6 procent 3 maanden of langer, soms tot 6 maanden.
- Tarieven stegen 2019 tot en met 2024 met 21,7 procent, maar bleven 2,7 procentpunt achter bij volledige loon en materiële kostenindexatie.
- Gemiddeld particulier tarief is 45,80 euro per zitting en ligt ongeveer 25 procent hoger dan het gemiddelde vergoede tarief van 36,53 euro.
Waarom dit onderzoek er kwam
VWS vroeg de NZa om breed te onderzoeken hoe de paramedische zorgmarkt functioneert, met extra aandacht voor toegankelijkheid nu en later. Aanleiding waren signalen uit het veld, zoals onvrede over vergoedingen, contractering, uitstroom en wachtlijsten. De NZa startte met fysiotherapie omdat daar de meeste signalen over kwamen. Het onderzoek kijkt naar zorg uit de basisverzekering, aanvullende verzekering en zorg die mensen zelf betalen.
Hoe de NZa het onderzocht
- Kwantitatieve analyse door Gupta Strategists met onder meer Vektis-data en openbare bronnen, zoals CBS, Nivel, SPF en BIG.
- Mystery shopping voor wachttijden, met belrondes op 11 en 18 april 2025.
- Interviews met zorgverzekeraars Zilveren Kruis, ONVZ en Salland, plus beroepsvertegenwoordigers KNGF en SKF.
Toegankelijkheid nu: meestal geen probleem, met een duidelijke uitzondering
De NZa ziet op dit moment geen breed toegankelijkheidsprobleem. Voor de meeste mensen is er een praktijk dichtbij en zijn wachttijden bij reguliere fysiotherapie kort.
- Reistijd: voor 99 procent van de inwoners is de reistijd naar de dichtstbijzijnde praktijk 5 minuten of minder, zowel in 2018 als 2024.
- Reguliere fysiotherapie, schouderklachten: 86 procent van de praktijken biedt een eerste afspraak binnen 5 werkdagen; 42 procent zelfs dezelfde dag of binnen 1 werkdag.
- Gemeenten: in 97 procent van de onderzochte gemeenten was minstens 1 praktijk met maximaal 5 werkdagen wachttijd.
Bij gespecialiseerde zorg is het beeld gemengder. Bekkenfysiotherapie springt eruit als knelpunt, met grote spreiding en lange wachttijden in een substantieel deel van de praktijken. Kinderfysiotherapie zit juist vaker binnen de norm.
Vraag naar fysiotherapie: veld voelt groei, cijfers laten iets anders zien
Zorgverzekeraars en beroepsvertegenwoordigers verwachten een stijgende zorgvraag door vergrijzing en mogelijke zorgverschuiving naar de eerste lijn. In de declaratiedata over verzekerde zorg is tussen 2019 en 2024 juist een lichte daling te zien, gemiddeld 0,2 procent per jaar. De NZa maakt daarbij een belangrijk onderscheid.
- Zorggebruik: wat er echt geleverd en gedeclareerd is.
- Zorgvraag: de behoefte aan zorg, die ook kan bestaan als iemand niet komt of niet kan betalen.
- Zorgmijding en onverzekerde zorg zijn slecht zichtbaar, omdat veel mensen de eerste behandelingen zelf betalen, vooral zonder aanvullende verzekering.
Voor de toekomst rekent de NZa met twee scenario’s voor zorggebruik, bij gelijkblijvend beleid. In scenario 1 groeit het zorggebruik jaarlijks met 0,8 procent. In scenario 2 met 0,1 procent.
Aanbod en arbeidsmarkt: meer loondienst, uitstroom neemt toe, maar nog geen instorting
De sector verschuift. Sinds 2019 stijgt het aantal fysiotherapeuten per praktijk gemiddeld met 1,5 procent per jaar. Tegelijk daalt het aantal zelfstandigen en groeit het aandeel loondienst. De gemiddelde werkweek steeg van 27,8 uur in 2014 naar 28,8 uur in 2024.
De NZa ziet geen harde data die nu al een groot tekort bewijst. Wel ziet de NZa trends die de sector kwetsbaar maken.
- Opleiding: aanmeldingen dalen sinds 2021, maar het aantal afgestudeerden nam toe, circa 35 procent over de bekeken periode.
- SPF: uitstroom neemt gestaag toe en sinds 2022 is er netto uitstroom.
- Mobiliteit: binnen loondienst is er jaarlijks veel in en uitstroom, maar per saldo is de werknemerspopulatie redelijk stabiel groeiend.
- Ziekteverzuim: ligt meestal iets onder het gemiddelde van andere zorgberoepen, met kanttekeningen rond zelfstandigheid en wachtdagen.
- Productiviteit: de NZa noemt 74 procent directe patiëntenzorg als hoog; veel ruimte om dit verder op te rekken is er niet.

Betaalbaarheid en inkomenseffect: wie minder verdient, gebruikt minder, maar heeft vaak meer behoefte
Volgens beroepsvertegenwoordigers zit een belangrijk toegankelijkheidsrisico niet in afstand of wachttijd, maar in geld. Volwassenen krijgen fysiotherapie vaak pas vanaf de 21e behandeling vergoed vanuit de basisverzekering bij bepaalde aandoeningen. Zonder aanvullende verzekering betaalt iemand de eerste 20 behandelingen zelf. Dat kan zorgmijding veroorzaken.
De NZa vindt in de cijfers dat hogere inkomens vaker fysiotherapie gebruiken dan lagere inkomens, met verschillen van 2,3 tot 4,7 procentpunt. Dit zegt iets over geregistreerd gebruik, niet direct over de echte behoefte. De NZa ziet ook een omgekeerd inkomenseffect in basisverzekerde kosten per persoon per leeftijdsgroep, wat kan samenhangen met meer chronische aandoeningen bij lagere inkomens.
Contractering: standaardaanbod, weinig onderhandelruimte, veel druk om te tekenen
In het rapport beschrijven aanbieders het contracteerproces vaak als tekenen bij het kruisje. Zorgverzekeraars publiceren een digitaal aanbod, vaak via Vecozo. Onderhandelingen met individuele praktijken gebeuren weinig, mede door het grote aantal aanbieders.
Wat in veel basiscontracten terugkomt:
- BIG-registratie als eis.
- Inschrijving in een kwaliteitsregister, vaak SKF of IRF, als eis.
- Gebruik van PREM, patiëntervaringen meten, als voorwaarde.
- Een patiënt binnen een week in zorg nemen, of melden als dat niet lukt.
Daarnaast werken verzekeraars met differentiatie, zoals pluscontracten. Criteria kunnen zijn specialisatie, verruimde openingstijden, kwaliteitscertificaten, of aantoonbare samenwerking die zorg vervangt. De behandelindex en spiegelinformatie worden gebruikt als stuurinformatie voor doelmatigheid.
Omzet, tarieven en vergoedingen: groei, maar frictie blijft
De omzet uit verzekerde fysiotherapeutische zorg, dus exclusief zorg die mensen zelf betalen, nam tussen 2014 en 2024 gemiddeld met 3,2 procent per jaar toe. Die groei komt door een gemiddelde tariefstijging van 2,4 procent per jaar en een stijging van het aantal zittingen met 0,8 procent per jaar. Het aantal patiënten groeit gemiddeld met 2,2 procent per jaar, terwijl het aantal zittingen per patiënt gemiddeld daalt met 1,8 procent per jaar.
De mix van financiering is belangrijk voor de praktijk.
- Ruim een derde van de uitgaven komt uit de basisverzekering.
- Ongeveer twee derde komt uit de aanvullende verzekering.
- De uitgaven uit de basisverzekering groeiden gemiddeld 4,8 procent per jaar, aanvullend 2,3 procent per jaar.
Over tarieven is de spanning groot.
- Gemiddeld gedeclareerd tarief reguliere zitting, prestatiecode 1000, steeg 2019 tot en met 2024 met 21,7 procent.
- Bij volledige loon en materiële kostenindexatie zou dat 24,4 procent zijn geweest, dus 2,7 procentpunt hoger.
- Gemiddeld particulier tarief is 45,80 euro per zitting. Gemiddeld vergoede tarief is 36,53 euro per zitting.
- Verschil plus en basisvergoeding groeide van 1,30 euro per zitting in 2014 naar 3,75 euro in 2024.
- In 2024 werd 56,8 procent van de zittingen vergoed op basistarief.
Financiële gezondheid van praktijken: geen faillissementsgolf, maar kwetsbaarheid kan verborgen blijven
Op basis van CBS-data 2015 tot en met 2021 groeide de omzet gemiddeld met 4 procent per jaar en de winst met 3 procent per jaar. Personeelskosten stegen gemiddeld met 6 procent per jaar. De NZa noemt als mogelijke verklaring dat meer therapeuten in loondienst werken, waardoor een deel van wat eerder winst van de praktijkhouder was, verschuift naar loonkosten.
Zorgverzekeraars zien weinig meldingen van nood en weinig faillissementen, en concluderen daarom dat de financiële gezondheid meestal op orde is. De NZa plaatst daar een kanttekening bij: praktijken kunnen ook stoppen zonder melding of faillissement, waardoor kwetsbaarheid niet altijd in de cijfers opduikt.
Beloning: eerstelijn ligt achter op ziekenhuis en VVT
De NZa beschrijft dat fysiotherapeuten in de eerste lijn, ongeacht werkervaring, ongeveer 20 procent minder verdienen dan collega’s in andere sectoren, zoals ziekenhuiszorg en VVT. In het rapport wordt dit gekoppeld aan onder meer druk op marges bij praktijkhouders en het uitblijven van volledige indexatie. Beroepsvertegenwoordigers leggen ook een link met het ontbreken van een cao in de eerste lijn.
Passende Zorg: de rol van de fysiotherapeut groeit op papier, maar randvoorwaarden lopen achter
De NZa ziet fysiotherapeuten als belangrijke schakel tussen curatieve zorg, preventie en het sociaal domein. Denk aan ontlasting van huisartsen, voorkomen van zwaardere zorg, en versterken van zelfredzaamheid. In de praktijk komt die rol nog beperkt tot zijn recht door drie structurele punten.
- Aanspraak: vergoeding is gefragmenteerd en vaak beperkt, met grote rol voor aanvullende verzekering en eigen betaling.
- Bekostiging: vooral productiegericht, dus betalen per zitting; tijd voor samenwerking, preventie en ketenafspraken loont financieel weinig.
- Organisatiegraad: veel kleine praktijken en solistisch werk, waardoor structurele regionale vertegenwoordiging lastig is.
De NZa noemt regionale samenwerking, zoals aansluiting in regionale eerstelijnssamenwerkingsverbanden, als randvoorwaarde. Als voorbeeld van verbreding noemt de NZa reablement in de ouderenzorg, met samenwerking tussen disciplines en focus op zelfstandigheid.
Kwaliteitskader: nodig voor sturing, maar ook bron van verdeeldheid
Zorgverzekeraars willen een kwaliteitskader om inkoop en kwaliteit beter te sturen. Beroepsvertegenwoordigers zien het ook als basis voor inhoudelijke gesprekken, met focus op uitkomsten en patiëntwaarde. Tegelijk is er verdeeldheid: een deel van de beroepsgroep vreest dat het een afvinkinstrument wordt. De NZa wijst erop dat Zorginstituut Nederland op 22 april 2025 doorzettingsmacht inzette om het kwaliteitskader vooruit te helpen.
Minimumtarieven: verkend, maar nu niet aan de orde volgens de NZa
Het rapport verkent minimumtarieven op verzoek van de politiek. De conclusie is duidelijk. Minimumtarieven zijn een zwaar instrument en passen alleen bij aantoonbaar marktfalen. De NZa ziet dat nu niet, omdat wachttijden meestal kort zijn en er geen aanhoudende daling is van tarieven en volumes die bij marktfalen hoort.
De NZa benoemt ook risico’s als minimumtarieven toch worden ingezet, vooral door de mix van basisverzekering, aanvullend en eigen betaling.
- Hogere totale uitgaven, met risico op hogere premies of minder dekking in aanvullende pakketten.
- Meer ongecontracteerde zorg als contracten minder aantrekkelijk worden, met hogere eigen kosten voor patiënten.
- Mogelijk minder werken bij hogere tarieven, bij sommige aanbieders.
- Meer aanbod kan ook meer zorggebruik uitlokken, aanbod-geïnduceerde vraag.
Waarom de NZa toch waarschuwt voor de toekomst
De boodschap is niet dat alles goed is. De NZa schetst risico’s op de middellange termijn. Die risico’s komen vooral uit het stapelen van trends.
- Stijgende uitstroom en ervaren lage beloning, met risico op minder aantrekkelijkheid van het vak.
- Contractering met beperkte onderhandelruimte, waardoor frustratie en polarisatie in de sector kan toenemen.
- Afhankelijkheid van aanvullende verzekering, terwijl het aandeel aanvullend verzekerden daalt. Het aandeel met een aanvullende verzekering daalde van 85,7 procent in 2013 naar 80,6 procent in 2025. Bij pakketten met meer dekking dan alleen mondzorg daalde dit van 79,4 procent in 2014 naar 72,5 procent in 2025.
- Specialisaties met structureel langere wachttijden, vooral bekkenfysiotherapie.
- Passende Zorg vraagt meer samenwerking en preventie, maar de bekostiging beloont dit nog onvoldoende.
Wat de NZa als handelingsperspectief ziet
De NZa legt de bal primair bij veldpartijen, dus zorgaanbieders en zorgverzekeraars. De rode lijn: maak afspraken, deel feiten, en borg toegankelijkheid voordat het misgaat.
- Monitoring: structureel inzicht in vraag en aanbod, wachttijden, arbeidsmarkt en financiële positie, met duiding door de NZa.
- Samenwerking: sectorbreed en regionaal, niet alleen tussen praktijken maar ook met verzekeraars.
- Cao: kan zorgen voor voorspelbaarheid en minimumafspraken, maar komt alleen tot stand via werkgevers en werknemers; overheid kan dit niet afdwingen.
- Stelselkeuzes: VWS en politiek moeten keuzes maken over aanspraak en middelen als ze fysiotherapie echt een grotere rol willen geven in Passende Zorg.
Wat dit betekent voor jou als fysiotherapeut
Dit rapport is vooral beleid en markt, maar het raakt je werk direct. Dit zijn de meest praktische gevolgen die je nu al kunt verwachten.
- Meer aandacht voor wachttijden in specialisaties. Zeker bekkenfysiotherapie ligt onder een vergrootglas.
- Meer druk op het vastleggen van toegankelijkheid. Niet omdat het nu overal fout gaat, maar omdat de NZa eerder wil kunnen ingrijpen als risico’s oplopen.
- Contractering blijft een kernpunt. Verwacht dat transparantie over indexatie en voorwaarden vaker onderwerp van gesprek wordt.
- Passende Zorg blijft richtinggevend. Als je meer doet met preventie, samenwerking en uitkomstgericht werken, loop je nu nog tegen bekostiging aan. Dat blijft een spanningsveld tot er echt andere afspraken komen.
Wat je als praktijk of team vandaag al kunt doen
- Maak je wachttijd en instroom zichtbaar, ook als je niets registreert in een landelijk systeem. Houd intern een simpele weekmonitor bij.
- Breng je mix in kaart: basis, aanvullend, particulier. Kijk wat daling van aanvullend verzekerden kan betekenen voor je patiëntstroom.
- Check je contractvoorwaarden op punten die je kunt beïnvloeden, zoals PREM, bereikbaarheid en tijdige intake.
- Als je in een regio met schaarste werkt, organiseer je regionaal. De NZa ziet regionale samenwerking als randvoorwaarde voor Passende Zorg.
- Als werknemer: maak arbeidsvoorwaarden bespreekbaar op basis van functies, takenmix en inzet buiten zittingstijd. Het rapport benoemt dat meer niet-patiëntgebonden werk meespeelt.
Tot slot
De NZa geeft de sector geen stempel van crisis, maar wel een duidelijke waarschuwing. Als de sector wacht tot toegankelijkheid echt verslechtert, zijn de instrumenten om bij te sturen beperkt en is de schade groter. De kernopdracht die uit het rapport spreekt: organiseer beter, maak afspraken met verzekeraars die werken in de praktijk, en zorg dat fysiotherapie in Passende Zorg niet alleen beleid blijft maar ook uitvoerbaar wordt.









